Gedichten

Verzamelde gedichten van Vir *all rights reserved*

Voor jou, zee

Januari 2018

Ik sta stil en stop.
Kijk opzij.
De zon is zilvergoud,
weerspiegeld op de gladde golven.
 
Geen tijd om recht te draaien
of om kou te voelen.
Verstild versmolten
in het wegblijven van tijd.
Geen getik maar enkel
Golfgeraas.
 
Broek opgerold, mijn huid verguld.
Mijn geest vervuld van beelden
die mijn bedding lichter maken.
Onvoorwaardelijk verbonden.
 
Schuimwitte toppen draaien om,
golven slokken zichzelf op, 
Verdronken lucht verdwijnt.
Ik zie de meeuwen met hun hoge poten 
Statig stilstaan net als ik. 
 
Het water neemt me in
Spoelt mijn hoofd
en hart
En longen.
Geen ruimte voor gefluister
in dit waterwindgezang.
 
Geen ruimte voor kleinheid, 
nederig als deel van het Heel-al.
Weids en ongeschonden
als de wolken en het zilverschuim.
 
Jou omschrijven is net als
Iets willen zeggen over Groot mysterie.
Geen éen begrip toereikend.
Toch aanwezig
In de ruimte tussen ieder woord.

Oudjaar 2020

Zee oudjaarsochtend

Het maanverlichte bospad toont de weg.
IJs onder mijn zolen knispert.
Evenals de frisse vroegte. Dat belooft
Het onbekende.

Achter dennenbomen doemt het water op,
teder door mist bedekt. Dat belooft
Magie.

Nog geen ander mens. Wel herten.
Zichtbaar is de laatste groet van
het zilveren hemellichaam,
Wachtend tot de gouden bol daar tegenover,
Een nieuwe dag schept.

Ik gooi rozenblaadjes in het meer,
ze drijven af, ik kleed me uit en volg.
Het ijzige water verstomt gedachten,
mijn hoofd is zo ook beter af. Dat belooft
Vrijheid.

Thuis vloeit de zee met golven als
Gesmolten roze huidcrème.
Ze bewegen, maar zo veel zachter dan altijd.
De mist omhult nog uren alle bomen en gebouwen.
Betovert ze en spreekt tot de verbeelding.
Dat belooft
Oneindigheid.

Deze dag lijkt er wel éen
tussen verleden in en toekomst.
Niets staat nog onuitwisbaar geschreven
Dus schrijf ik zelf maar vast, met fluisterende
woorden.
Onbekend. Magie. Vrijheid. Oneindigheid.

Dankbaar, zo dankbaar voor jou, oud jaar.
Voor de schrik, voor het vertrouwen, voor de kansen.
En welkom, zo welkom jij, nieuwe.

Vriendschap

14 maart 2018 Opgedragen aan mijn lieve vrienden, ver en dichtbij, jong en oud, vroeger, nu, en ooit

233769928_880226239245746_4269876924560091918_n

Vriendschap.
Als iemand je leven mag boetseren
net als het water dat de rotsen slijpt en zacht maakt.

Vriendschap, soms zo sterk dat het snijden mag,
diep wroetend in de ziel te wille van de Liefde
die vrije toegang kreeg toen
het vertrouwen was gesmeed
al is het uitzicht een verrassing keer op keer.

Vriendschap, als je samen reist
naar andere planeten en terug.
Als jouw water stroomt in mijn levensrivier.
Als ik de stappen zet die jij had willen zetten,
maar het niet kon.
Samen suf van een kwart glaasje rode wijn,
klauteren op rotsen in zomerjurk en pyjamabroek
terwijl de vogels schaterlachen met de zon tezamen.

Vriendschap, mijn warmte.
Vriendschap, soms zo dierbaar dat ze verdwijnt,
als we beiden verder gaan op onze eigen weg.
En je toch nog wandelt op mijn paden in gedachten,
je hart nog klopt in hetzelfde ritme als het mijne.
Vriendschap is een rede om
alleen te kunnen zijn,
met de hartslag van de aarde,
de omhulling van de lucht,
jouw sterren in mijn ogen.

In gedachten de spelonken van jouw ziel,
je verlangens en je spijt,
je dromen.
De dood die de liefde vrijliet.
Onze stem schoorvoetend maar
welwillend dit bezingend.

Vriendschap,
liever heel dichtbij en straks extra ver.
Liever leven met de donder
dan veilig achter glas.

Vriendschap,
als ik zeg:
‘ik zal je missen’
en bedoel:
‘ik neem je mee met elke stap’.

13 oktober 2020

En ja, weer eens opengebroken,
in de nacht waarin het denken
geen structuur meer heeft
en net als rode lava het gevoel opstijgt.


De huls weer los,
de zwarte brokken in duizend stukken,
na uren smeulend als een hoopje as.
Tranen die een week zaten te wachten,
spoelden de as weg van de inmiddels verbrande,
veel te strakke jas en de zak vol stenen op mijn rug.


Weer eens vergeten, net te lang,
wat een onzin het is dat er iets te dragen valt.
Lopend met een frons, denken dat het leven
heus iets héel serieus is, zo serieus dat je
er haast door krom van zou gaan lopen.
Vergeten dat je een zak stenen neer kan leggen en
dat lijden een vergissing is.

En dan kruipt kleine Lisa, 
zo op mijn schoot.
Ze vergeet dat zij mij niet kent.
En ik ook.


Dus kennen wij elkaar, we tekenen samen
een ladder naar de hemel
en een Egelwurm met stekels.


Vergeten was ik, dat het leven veel te kostbaar is
om het serieus te nemen.
Vergeten dat wij kwamen, net als Lisa,
met ogen vol sterren en een brede lach.
Verwachtingsvol de wereld in,
met liefde voor elke onbekende.


We vielen, toen we kind waren.
Huilden een kwartier, renden verder,
grepen naar een honden snuit,
struikelden opnieuw,
zonder een maand later nog te denken
hoe we vielen en hoe erg dat wel niet was.

In godsnaam, laten we die frons verzachten,
de stappen kleiner maken.
Er is geen brug te bouwen.
Laten we geen toekomst maken die we vrezen,
maar de toekomst voelen die we willen.


En ja, val maar eens,
stap op een bananenschil,
scheur je broek, huil.
Hard. Houd je mond juist
als je echt wilt praten en praat als je niet durft.


Kijk naar de regenboog.
Laat een vogel poepen op je hoofd.
Laat iemand voor je zingen.
Vraag een hand op je hart.
Wees jij.
Gewoon, dichtbij.